Op 18 maart zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Dat geeft minder dan een week de tijd om na te denken over de vraag welke partijen de belangen van ouderen in Rotterdam het beste kunnen vertegenwoordigen. Ouderen vormen bepaald geen onbelangrijk deel van het kiezersvolk, want het gaat om bijna één op de vijf Rotterdammers.
Het Overleg Samenwerkende Ouderenorganisaties Rotterdam (OSO) organiseerde op 11 februari een woordvoerdersdebat over het ouderenbeleid in de periode 2026-2030. Liefst twaalf partijen waren daarbij vertegenwoordigd.
OSO benadrukte bij het debat vooral drie belangrijke thema’s voor het ouderenbeleid, zoals eerder beschreven in het Manifest 2026-2030 ‘Goed en gelukkig ouder worden’. Het ontwikkelen van infohulppleinen, informatie en ondersteuningspunten in wijken waar ouderen met al hun vragen terecht kunnen.
Een tweede speerpunt uit het manifest is het concept voor ‘zorgzame buurten’: buurten waar ouderen omzien naar elkaar, zinvol bezig en actief kunnen blijven. Het concept is al omarmd door de Rotterdamse wooncorporaties, Opzoomermee en het Kennisplatform Zorgzaam Wonen, maar het is belangrijk om het concept in de komende collegeperiode verder te versterken.
Ten slotte is het voor ouderen zelf belangrijk om mee te kunnen blijven doen in de samenleving, met de focus op bestaanszekerheid.
Breed draagvlak, maar hoe dan?
De politieke partijen denken zeker verschillend over wat de beste aanpak is voor het ouderenbeleid en de thema’s van OSO. Bij infohulppleinen denken sommige partijen bijvoorbeeld vooral aan het gebruiken van bestaande locaties en niet iedereen is al enthousiast over het idee om in elke wijk zo’n plek te ontwikkelen. Ook bij de andere thema’s van OSO zijn er verschillende opvattingen over hoe het beleid zou kunnen worden uitgevoerd. Dat een goed ouderenbeleid van belang, daarover was wel iedereen het eens. Maar het loont dus om goed te kijken naar hoe de verschillende politieke partijen het zouden willen uitvoeren, want er zijn soms grote verschillen in de gedachte aanpak voor de komende jaren. De vraag is dan ook vooral: hoe moeten het beleid en de uitvoering van de genoemde thema’s in de periode 2026-2030 vorm krijgen?
Een gedetailleerd verslag van het debat is terug te lezen op de website van OSO. Daarin worden de standpunten genoemd van de woordvoerders van de verschillende partijen bij het debat.
‘Domein-overstijgend ouderenbeleid nodig’
Een laatste ronde in het debat gaf de woordvoerders de gelegenheid om aan te geven wat zij belangrijk vinden voor het toekomstig ouderenbeleid. Dat leverde een heel divers beeld op, van een zorgrestaurant in elke wijk, betaalbaar deelnemen aan cultuur en sport tot een aparte wethouder voor ouderenzorg. Duidelijk werd wel dat goede ouderenzorg geen zaak is van links of rechts, maar dat het bij iedereen op de kaart moet staan en dat het vooral om een goed uitvoeringsbeleid gaat.
‘Een gecombineerde inzet is noodzakelijk, het gaat niet vanzelf.’, aldus Karel Haga namens OSO. Hij pleit voor de aanstelling van een programmadirecteur bij de gemeente en voor een domein-overstijgend beleid. Daar hoort overleg bij met alle betrokken partijen en zeker met OSO. ‘Dat hebben we wel verdiend!’
Kijk voor het Manifest 2026-2030 en het volledige verslag van het woordvoerdersdebat van OSO Rotterdam op www.osorotterdam.nl.
Bron & foto: persbericht www.osorotterdam.nl
